Diverse testafdelingen gebruiken de beslistabellen techniek en maken hierbij gebruik van een tool genaamd BTWin. Deze tool bevat de optie een beslistabel te vereenvoudigen. Hierbij word gesuggereerd dat het niet uitmaakt wat er voor het streepje (-) in de vereenvoudigde beslistabel wordt ingevuld bij het fysiek maken van de logische testgevallen.

De vraag die bij mij speelde was of deze veronderstelling eigenlijk wel juist is. Om dit te controleren heb ik alle mogelijk fouten die een bouwer kan maken met de verschillende condities. Denk hierbij aan een fout in de conditie, verwisselen van EN en OF, haakjes op de verkeerde plaats, condities op verkeerde volgorde of zelfs het vergeten van één of meerdere condities. Deze lijst heb ik naast iedere mogelijke invulling van de streepjes gehouden, om vervolgens te kijken bij welke fouten de test onterecht als goed zou worden aangemerkt.

Hierbij kwam naar voren dat het wel degelijk veel verschil maakt wat je op de plaats van de streepjes in vult. Zo keurt men bij bepaalde invullingen de geteste programmatuur ten onrechte goed als de bouwer bijvoorbeeld een conditie is vergeten of een EN per ongeluk vervangen heeft door een OF. Gevolg hiervan is dat je, bij het gebruik van vereenvoudigde beslistabellen, vooraf niet kunt voorspellen wat de dekkingsgraad van de test zal zijn. Zo varieert het aantal gemiste mogelijkheden bij (X = A of Y = B) en Z = C van nul tot en met zes procent. Bij X = A en Y = B en Z = C variëren deze waarden van nul tot en met tien.

Bekijk hier het gehele artikel met voorbeelden