Testers worden nog wel eens aangemerkt als personen die nieuwe of aangepast software proberen stuk te maken. Door testers wordt dit vaak tegengesproken: ze maken niets stuk, ze tonen slechts aan dat iets al stuk is. Naar mijn menig doet een tester echter beide: hij (of zij) toont zowel aan dat software stuk is, maar maakt het ook stuk. Met dat stukmaken toont hij aan dat de software te makkelijk stuk te krijgen is. Software is op twee gebieden te testen: de functionaliteit en de hoedanigheid. Functionaliteit is wat software doet en hoedanigheid is hoe de software dat doet. Denk bij hoedanigheid aan onderwerpen als: gebruiksvriendelijkheid, performance (voorbeeld: reageert een website binnen 3 seconden als ’s morgens alle 2000 medewerkers tegelijk inloggen) en portabiliteit (voorbeeld: werkt een website goed in verschillende browsers).