1. Wat heb je gedaan?

Allereerst maak je een beschrijving van de route naar het punt waar je de bevinding hebt gedaan. Het doel hiervan is tweeledig. Ten eerste kan degene die de bevinding moet oplossen deze aan de hand van de beschrijving het geheel naspelen en achterhalen waar de bevinding door wordt veroorzaakt. Daarnaast helpt het bij het uitvoeren van een hertest na de oplevering vaan een aangepast stuk programmatuur. Bedenk bij de beschrijving dat deze niet alleen voor jezelf bedoeld is, maar ook voor een ontwikkelaar, collega tester of andere betrokkene duidelijk moet zijn.

2. Wat verwacht je?

Wat is eigenlijk het resultaat dat je verwacht had waar te nemen tijdens het uitvoeren van je test. Geef hierbij ook aan waarop deze verwachting gebaseerd is. Dit is in veel gevallen de documentatie waarin de ontwerp van de te testen programmatuur is vastgelegd. Geef hierbij ook aan om welke versie van de documentatie het gaat en niet alleen om welk document het gaat. Verder kan dit ook de werking van de programmatuur in een eerdere versie zijn, standaarden, wetten of gezond verstand.

3. Wat gebeurt er?

Het aangeven wat er daadwerkelijk gebeurt is kun je doen met alleen woorden. Vaak is het echter duidelijker om ook een schermprintje bij te sluiten. Ook in dit geval geld: “een plaatje zeg meer dan 100 woorden”. Nog duidelijker kan zijn het bijsluiten van een filmpje. In dit filmpje heb je vanaf het begin van je test tot het punt waar je tegen de beving aanloopt al je activiteit op het beeldscherm vastgelegd in een filmpje. Voor zowel schermprintjes als de schermfilmpjes zijn tegenwoordig genoeg gratis/open source tooltjes verkrijgbaar. Vergeet ook niet om relevante logging bij de bevinding te voegen.

4. Wat is het gevolg?

Het vaststellen van de gevolgen van het niet op de gewenste manier werken van de programmatuur is in de eerste plaats een hulpmiddel om te kunnen bepalen hoe ernstig een bevinding eigenlijk is. In de tweede plaats kun je er aan de ontwikkelaar duidelijk mee maken waarom iets opgelost moet worden.

5.  Wat waren de omstandigheden?

Belangrijkste is hierbij om aan te geven welke versie van de programmatuur en op welke (test)omgeving je je test hebt uitgevoerd. Bij webapplicaties is het ook van belang aan te geven van welke browser (versie) en besturingssysteem je gebruik hebt gemaakt. Het kan hierbij ook om meer dan 1 configuratie gaan, dit kun je later eventueel aanvullen. Indien van toepassing meld je ook van welke tools je gebruik hebt gemaakt.